Wat als ze alleen maar...?​

Zijn scholen zo gestructureerd omdat kinderen zichzelf niet

kunnen sturen, of denken we dat kinderen zichzelf niet kunnen

sturen omdat we enkel zien wat ze doen in scholen die zo

gestructureerd zijn?
 

Origineel artikel: Dr. Kevin Currie-Knight, assistent-professor aan het College of Education van East Carolina University en voorzitter van de raad van bestuur van de Pathfinder Community School, een zelfstandig-lerengemeenschap in Durham, North Carolina. Vertaling: Gijs Witdouck, staflid Sudbury School Gent.
 

Maar wat als ze alleen maar hun tijd verspillen door de hele dag videospelletjes te spelen? Wat als ze echt niet weten wat goed voor hen is? Wat als ze alleen maar makkelijke dingen doen en zichzelf nooit uitdagen? Één iets waar ik vrijwel zeker van kan zijn als ik spreek over Self-Directed Education, is dat er al snel ergens in de conversatie een vraag komt die begint met "Maar wat als ze alleen maar…?"

Wat me aan die vraag stoort is niet de inhoud ervan, maar de houding tegenover jonge mensen die uit deze (doorgaans retorische) bedenkingen spreekt. Uiteraard is het een geldige vraag of leerlingen, zonder toetsen en rapporten, zichzelf wel voldoende gaan uitdagen, en of ze wel waardevolle dingen leren zonder een formeel curriculum. Het probleem is dat "Maar wat als ze alleen maar…?" doorgaans geworteld is in heel negatieve ideeën over hoe kinderen zijn, ideeën waarvan ik vermoed dat ze deels gevormd zijn door te zien hoe kinderen zich gedragen op plaatsen zoals conventionele scholen.

Er zijn twee mogelijkheden. Misschien is ons negatieve beeld van wat jongeren doen zonder gedwongen begeleiding gerechtvaardigd, en is dat waarom we hen op school en elders zo weinig vrijheid geven. Of – en dit is mijn vermoeden – het is net andersom. Misschien lijkt het alsof kinderen er niet uit komen zonder volwassen begeleiding, net omdat we ons baseren op hun gedrag binnen zulke repressief gestructureerde instellingen.

Op school worden kinderen het grootste deel van hun tijd gestuurd door volwassen gezaghebbers. Er wordt hen gezegd waar te gaan, wanneer en hoe te spreken, waar aandacht aan te besteden, en een heleboel andere dingen. Dit maakt het makkelijk om kinderen voor te stellen als afhankelijk van externe structuren zoals opdrachten van leraars en het rinkelen van de schoolbel. Want als we hen geen belangrijke beslissingen zien maken, en ze niet regelmatig oefenen in het maken van belangrijke beslissingen, dan kunnen we makkelijk gaan geloven dat kinderen gewoon niet in staat zijn om beslissingen te maken. En wanneer we hen wél eens zelfstandig een beslissing zien nemen, dan is de kans groot dat ze slechte beslissingen maken, misschien niet omdat het kinderen gewoon aan gezond verstand ontbreekt, maar omdat we hen nooit de kans gegeven hebben om gezond verstand te ontwikkelen.

Ik zou zelfs durven zeggen dat veel kinderen op school al snel leren dat het beter is om geen eigen oordeel te vormen, maar het oordeel van de leraar te volgen. In zijn boek Life in Classrooms beschreef psycholoog Philip Jackson zijn observaties in verschillende scholen, en een van zijn vaststellingen is dat kinderen al op vrij jonge leeftijd leren dat het op school doorgaans best is om eerder kneedbaar te zijn:

Een ander aspect van het leven op school, gerelateerd aan de algemene fenomenen van afleiding en verstoring, is de terugkerende eis dat studenten de anderen rond zich negeren. In basisscholen wordt kinderen geregeld zittend werk opgelegd waarop ze zich individueel moeten focussen. Ze moeten geduld leren uitoefenen. Dit betekent dat ze, op z'n minst tijdelijk, hun gevoel van hun handelingen moeten kunnen scheiden. Het betekent natuurlijk ook dat ze hun gevoel en hun handelingen terug moeten kunnen inschakelen wanneer de omstandigheden daarom vragen.

In dit soort omgeving leren kinderen dat ze hun eigen ideeën over wat best is tot op zekere hoogte ondergeschikt moeten maken aan wat goed uitkomt voor de klas en de leraar. In andere woorden: ze leren om niet zélf te beslissen hoe ze wiskunde kunnen leren, maar om zich aan te passen aan hoe ánderen zeggen dat ze wiskunde moeten leren. In die omgeving is het natuurlijk makkelijk om de (gehaaste en mogelijk foute) indruk te krijgen dat kinderen zelf geen beslissingen kunnen nemen.

Er is nog een andere manier waarop de gestructureerde aard van onze scholen ons een negatieve kijk geeft op de capaciteiten van jongeren. Jongeren worden door school ernstig in hun vrijheid beperkt, en terwijl sommigen dit aanvaarden en volgzaam worden (omdat volgzaamheid loont), zullen anderen rebelleren en elke kans grijpen om ook maar het kleinste beetje vrijheid te krijgen (en mogelijk te misbruiken).

Denk, als analogie, aan diëten. Stel je iemand voor die een onmogelijk beperkt dieet volgt, en stel je voor de goede orde ook voor dat iemand anders hen dat dieet heeft opgelegd. Hoe beperkter het dieet, hoe meer kans dat die persoon zodra er niemand kijkt en de wilskracht is opgebruikt, de kans zal grijpen om te schransen. In het "echte leven" zijn ze misschien niet het type dat zich bij elke gelegenheid volpropt, maar de beperkende aard van het dieet heeft hen al hun wilskracht gekost, zodat ze elk moment van vrijheid zullen aangrijpen om aan hun onderdrukte verlangens toe te geven.

Wanneer kinderen al te snel misbruik maken van de kleine vrijheden die ze op school en in gelijkaardig beperkende omgevingen krijgen, is het makkelijk om de persoon met de vinger te wijzen, en niet het "dieet". Het is een natuurlijke reactie om te zeggen: "Zie je wel, dit is waarom we hen geen vrijheid kunnen geven. Kijk wat er gebeurt als we hen vrijheid geven!" Maar wat als, net als bij het dieetscenario, het net andersom is: wat als ze de vrijheid misbruiken omdat we hen die doorgaans zo vaak ontzeggen?

Maken kinderen fouten als ze vrijheid krijgen? Absoluut. Ik ben goed genoeg vertrouwd met de literatuur over hoe kinderen impulsiever kunnen zijn dan volwassenen dankzij hun minder volgroeide prefrontale cortex (al ben ik ook vertrouwd met onderzoek die deze hypothese in vraag stelt). En uiteraard zijn kinderen minder wijs dan volwassenen, door een algemeen gebrek aan ervaring. Maar we maken allemaal fouten wanneer we leren. Sterker nog: fouten maken is hoe we leren om geen fouten te maken.

Zullen sommige kinderen hun tijd onverstandig gebruiken? Dat is een moeilijkere vraag, omdat ze uitgaat van de (problematische) aanname dat volwassenen als enigen mogen bepalen wat "verstandig" betekent, maar hoe dan ook mogen we er nog steeds van uit gaan dat er kinderen zullen zijn die hun tijd echt onverstandig gebruiken. Maar zelfs dan is het voor mij nog geen uitgemaakte zaak of er genoeg kinderen zodanig slecht met hun tijd omgaan dat we daarom zomaar alle kinderen kunnen beschouwen als "schuldig tot het tegendeel bewezen is".

Kinderen hun eigen tijd laten beheren betekent bovendien ook niet dat volwassenen onderweg geen advies mogen geven. En als we enkel vermijden dat sommige kinderen hun tijd slecht gebruiken door die in hun plaats te gaan indelen, dan ben ik niet overtuigd dat we hun leerproces daarmee niet gewoon uitstellen. Het is alsof je iemand niet zou leren rijden omdat je ervan overtuigd bent dat ze nog niet kunnen rijden: je schuift het probleem gewoon op de lange baan.

"Maar wat als ze alleen maar…?" Wel, misschien zullen ze alleen maar… Misschien spelen ze alleen maar videospelletjes, doen ze dingen met hun tijd die jij nutteloos vindt, maken ze de ene fout na de andere, leren ze niet de lessen die ze volgens jou zouden moeten leren. Het is waar, dat zouden ze kunnen doen. Maar misschien zullen ze je ook enorm verrassen. Misschien denken we dat kinderen niet met vrijheid en zelfstandigheid kunnen omgaan omdat we hun capaciteiten beoordelen binnen systemen waar vrijheid en zelfstandigheid niet welkom zijn. Hoe zal een kind eruit zien als het vrijheid krijgt, en de tijd en ruimte om zijn eigen weg te zoeken? Wie weet. Misschien zal het alleen maar… openbloeien.

Dr. Kevin Currie-Knight

  • w-facebook
  • Twitter Clean